Schildklierproblemen bij katten



Home » Schildklierproblemen bij katten

Oudere katten van gemiddeld twaalf jaar en ouder, kunnen te maken krijgen met een overactieve schildklier. Zo’n te snelwerkende schildklier, ofwel hyperthyreoïdie, betekent dat de schildklier te veel hormonen produceert. Hypothyreoïdie is daar het tegenovergestelde van, namelijk een te traag werkende schildklier. Dat komt bij katten veel minder vaak voor.

De schildklier

De schilderklier bestaat uit twee delen, lobben genoemd, die aan beide zijden van de luchtpijp liggen. Deze klier produceert het schildklierhormoon dat via het bloed door het lichaam zijn weg vindt. Het beïnvloedt de stofwisseling en meerdere organen zoals het hart, zenuwstelsel en het maagdarmkanaal. Een kat met een te snelwerkende schildklier voelt zich ziek, wordt mager en kan meerdere complicaties krijgen.

De symptomen

Katten met een te snelwerkende schildklier

  • -vallen in gewicht af, maar eten en drinken meer
  • -hebben vaak diarree of moeten overgeven
  • -hebben weinig spierkracht
  • -kunnen benauwd zijn en hartritmestoornissen hebben
  • -hebben veelal een hoge bloeddruk
  • -hebben een doffe vacht

De diagnose

De dierenarts kan vaak een vergrote schildklier voelen. Door middel van bloedonderzoek kan een te snelwerkende schildklier worden vastgesteld. Een scan kan ook duidelijkheid bieden en een hyperactieve schildklier laten zien. Ook zal de bloeddruk worden opgenomen.

De behandeling

Injectie

De kat krijgt een injectie met radioactief jodium dat alle zieke schildkliercellen doodt. De kat moet na deze behandeling een aantal dagen in de dierenkliniek blijven totdat het radioactieve materiaal is uitgewerkt. Gemiddeld zijn dat vijf dagen. Meestal is een injectie genoeg, in een enkel geval moet het nog een keer worden herhaald.

Medicatie

De kat wordt behandeld met medicatie in de vorm van tabletten die de aanmaak van schildklierhormonen remt zoals Felimazole of Thiafeline. Soms kan dat bijwerkingen hebben zoals overgeven of allergische reactie. Dat kan een reden zijn om deze behandeling te stoppen. Voor katten bij wie het moeizaam is tabletten in te nemen, kan een oorzalf worden ingezet. Bij een te hoge bloeddruk krijgt de kat in de meeste gevallen medicatie om de bloeddruk te verlagen.

Voeding

Voer met een mindere hoeveelheid jodium is ook een optie. De aanmaak van schildklierhormonen is namelijk afhankelijk van jodium. Zonder die jodium verdwijnen de symptomen. Het is belangrijk om zo’n dieet strikt te volgen.

Operatie

Met een operatie kan een vergrote schildklier worden weggenomen. Ofwel eenzijdig of dubbelzijdig. Daarmee is niet gezegd dat de aandoening volledig verdwijnt omdat schildklierweefsel opnieuw kan aangroeien.

Welke behandeling is het beste?

Welke behandeling het beste is, is moeilijk aan te geven. Afhankelijk van de leeftijd en conditie van de kat wordt voor de best mogelijke behandeling gekozen. Een nabehandeling is soms nodig zoals een controle van de schildklierwaarde, nierfunctie en urine nadat een injectie is gegeven. Dit vindt vier weken, drie en zes maanden na de behandeling plaats. Daarna wordt een keer per jaar het bloed gecontroleerd en twee keer per jaar wordt de bloeddruk gemeten en de urine nagekeken.

Heeft de kat een behandeling met tabletten gekregen dan wordt een maand na de start de schildklierwaarde gecontroleerd. Ook het bloed wordt onderzocht. Er wordt gekeken of de kat de juiste dosering krijgt, die eventueel kan worden aangepast.

Ditzelfde geldt voor een kat die op dieet wordt gezet. Vier weken na de start met de nieuwe voeding worden het bloed, de urine en de bloeddruk nagekeken. Met acht en twaalf weken volgt opnieuw een controle en daarna om de zes maanden.