Vaccineren op maat- Vaccicheck

 

Elk jaar krijgt u voor uw huisdier een kaartje van ons in de bus waarop we u uitnodigen om langs te komen voor de inenting. De laatste jaren zijn er steeds meer geluiden dat het niet goed is om huisdieren zo vaak te vaccineren. We willen graag uitleggen hoe dit bij ons in de praktijk geregeld is.


Jaarlijkse afspraak
Wanneer u bij ons komt voor de enting wordt uw huisdier eerst door ons uitgebreid onderzocht. Dit is belangrijk om vroegtijdig aandoeningen te kunnen opsporen waardoor een behandeling op tijd ingezet kan worden. Daarna krijgt hij een vaccinatie op maat.
In de afgelopen jaren zijn de vaccins voor huisdieren steeds verder ontwikkeld zodat niet meer elk jaar alles gegeven hoeft te worden. Zo krijgen honden als ze als pup ingeënt zijn volgens het vaccinatieschema, op 1 jarige leeftijd nogmaals de cocktail en hierna 2 jaar alleen de ziekte van Weil waarna pas weer de cocktailenting gegeven hoeft te worden.
Hetzelfde geldt voor de vaccinaties voor katten. Na de kittenentingen krijgen ze op 1 jarige leeftijd nogmaals kattenziekte + niesziekte en hierna 2 jaar achter elkaar alleen de niesziekte enting. Hierdoor is de hoeveelheid entstof die gegeven wordt al een stuk beperkt.


Nu is er nog een mogelijkheid om het vaccineren verder te beperken. Uit onderzoek blijkt namelijk dat bij sommige dieren de bescherming voor bepaalde ziekten wel 5-7 jaar aanwezig is. Om dit te achterhalen moet het bloed van uw huisdieren getest worden op antistoffen. Wanneer er voor een ziekte nog voldoende antistoffen gevonden worden, hoeft uw huisdier hiervoor niet ingeënt te worden. We zullen hieronder bespreken in welke situaties en op welke ziekten dit van toepassing is.


Voor wie?
- Voor pups om te controleren of na de basisvaccinatie een goede bescherming is opgebouwd. Voor hele oude dieren die mogelijk gevoeliger kunnen reageren op een inenting.
- Voor dieren die eerder een overgevoeligheidsreactie hebben gehad na inenting.
- Voor dieren met een onbekende vaccinatiestatus.
- Voor zieke dieren of dieren die vanwege medicatie minder goed kunnen reageren op een inenting.
- Voor dieren van eigenaren die zo min mogelijk willen vaccineren.

 

Voor welke ziekten bij de hond:
Honden kunnen ingeënt worden tegen: Hondenziekte (Canine Distemper Virus of CDV), Besmettelijke Leverontsteking (Canine Adeno-2 Virus of CAV-2; ook tegen CAV-1), Parvo (Canine Parvo-2 Virus of CPV-2), Ziekte van Weil (Leptospirose), Besmettelijke hondenhoest (vroeger Kennelhoest genoemd, Parainfluenza Virus [Pi] met of zonder Bordetella bronchiseptica Bacterie [Bb]) en Hondsdolheid (Rabiës Virus of RV).
Zonder vaccinatie (zonder antistoffen) zijn Hondenziekte en Parvo bijna altijd dodelijk, Besmettelijke Leverontsteking en Ziekte van Weil vaak dodelijk of laten ondanks behandeling veel schade achter Kennelhoest is bij gezonde honden meestal niet ernstig maar kan wel bij een lage weerstand longontsteking geven. Vaccinatie tegen besmettelijke hondenhoest wordt geadviseerd indien nodig (bijv. tijdens een pensionverblijf, uitlaatservice of als uw hond naar de hondenschool of hondenspeelveld gaat). Rabiës is altijd dodelijk en verplicht bij reizen naar het buitenland. Bovendien is rabiës een zoönose en dus ook besmettelijk (en dodelijk) voor mensen.
Voor hondenziekte, parvo en adenovirus is vastgesteld dat het vinden van antistoffen betekent dat de hond nog beschermd is tegen deze ziekten.
Bij de ziekte van Weil zien we heel vaak dat na 4 tot 9 maanden geen antistoffen meer te vinden zijn in het bloed. Waarschijnlijk is er nog een ‘verborgen’ immuniteit in afweercellen op dat moment, maar hierom is het wel belangrijk dat elk jaar de enting voor de ziekte van Weil herhaald wordt.

 

Conclusie:
In het geval van Hondenziekte, Parvo en Adenovirus zou het bepalen van de hoeveelheid antistoffen in het bloed (titeren) een mogelijkheid kunnen zijn. De titerwaardes waarbij bescherming optreedt zijn bekend. Hoe lang die titers op niveau blijven weten we niet en dus ook niet hoe vaak we moeten titeren om tijdig een daling te signaleren. Je zou kunnen starten met titeren 3 jaar na de basisvaccinaties (dus na het eerste levensjaar) tegen Hondenziekte, Parvo en Adenovirus. Bij een positieve uitslag adviseren we na een jaar opnieuw een titerbepaling uit te laten voeren.
Titeren voor ziekte van Weil en en Kennelhoest heeft praktisch gesproken geen zin.

 

Voor welke ziekten bij de kat:
Katten kunnen worden ingeënt tegen Kattenziekte en Niesziekte. Kattenziekte is dodelijk zonder voldoende bescherming en Niesziekte kan blijvende schade geven.
Voor beide ziekten kunnen de antistoffen in het bloed bepaald worden.

 

Veiligheid van vaccins:
Klachten als gevolg van een vaccinatie zijn meestal individuele overgevoeligheidsreacties op de entstof of hulpstoffen in de injectievloeistof. Het is dus geen vergiftiging. Het beperkt zich meestal tot een wat pijnlijke zwelling van de injectieplaats, iets verhoging van de lichaamstemperatuur, wat diarree e.d.. Deze symptomen zien we af en toe, zijn meestal van korte duur en verdwijnen vrijwel altijd vanzelf.
De zeer geringe risico’s op overgevoeligheidsreacties of  ‘Spätschäden’ ( later, na maanden of jaren optredende klachten die in verband worden gebracht met vaccinaties) wegen ruimschoots op tegen de voordelen. We kunnen de risico’s op neveneffecten nog verder verkleinen door alleen kerngezonde honden te vaccineren en op maat te vaccineren waarbij naast gezondheid ook gelet wordt op reële noodzaak, leeftijd, immuungevoeligheid (ras) e.d.

 

Bronnen: WSAVA, IdexxVetMedLab, Vaccicheck

Vaccineren op maat

vaccineren op maat

Een teek? Pak 'm beet

Webshop

© 2017 Dierenarts praktijk Anna Deen • Website realisatie Bas Kluiter